Project D - Dagelijkse award

‘De woste van de dag’ is al meermaals in deze bijdragen aan bod gekomen. In de laatste voorbereidende vergadering lanceerde ik dit item, het risico nemend dat ik zelf vaak in de prijzen zou vallen. En toch vond ik dat dit best ook anderen te beurt zou kunnen vallen. Je kwam voor een dergelijke award in aanmerking als je die dag echt dom had gedaan en de meerderheid van de deelnemers dat ook vond. We vonden dat de award duidelijk zichtbaar moest zijn als je die dag in aanmerking kwam voor de klungel van de dag. Er moest letterlijk een worst aan je Vespa hangen. Kris, animator van de groep – en dat was effectief zijn mooie taak – wou zich engageren om dit in goede banen te leiden.

De dag voor het vertrek bekende Bernard eerlijk dat hij alvast de eerste zou zijn die op het hoogste schavotje zou staan. Hij had bij een bankcontactbewerking het geld in zijn portefeuille gestopt en liet verstrooid zijn bankkaart eenzaam achter. De gulzige geldmachine slikte het plastic ding in. Het gevolg was duidelijk: op reis zonder bankkaart. Enkel met voldoende cash en met Visa moest hij zichzelf behelpen. Een absolute reden om ‘woste van de dag’ te zijn, maar het mocht niet baten, we waren immers nog niet vertrokken. Dat zou tegen de spelregels zijn. 

Hieronder vindt u enkele winnaars en alsook winnaars die niet meer letterlijk van een worst werden voorzien omdat ze verloren waren of gewoon door Johnny werden verorberd. De  eerste die de prijs te beurt viel, was onverwacht Carlos. Op dag 1 waren we hem op drie kilometer van de camping kwijt, zeker voor 25 minuten. Niet dat overwogen werd om ‘Child Focus’ in te schakelen, maar onze rots in de branding was ‘verschwunden’, gewoonweg van de aardbol verdwenen. Carlos was voorgereden om te filmen, zich buiten ons gezichtsveld opgesteld en links ingeslaan. Wij waren onwetend doorgereden en vonden hem niet meer. Op hetzelfde moment had Luc panne met zijn remmen en zowel de batterij van de communicatie was op het einde van de dag helemaal plat als de gps van Luc kon het laatste traject niet meer opsporen. We reden na flink heen en weer gerij op de grote nationale weg, maar moesten eigenlijk een klein zijweggetje zijn ingeslagen. Ten einde raad reden we naar de camping. Carlos stond ons geduldig op te wachten op een boogscheut van de camping in Fréland. De eerste award was toegekend.

Dat ik omwille van verstrooidheid wel eens de worst van de dag was, tot meerder keren toe zelfs, moet ik met schaamrood op de wangen toegeven. Ik had me nochtans sterk gehouden, zeer sterk. Bij elke stopbeurt, toen ik even mijn zonnebril van mijn neus zette, spande ik die gedwee onder mijn elastiek op dezelfde plaats vooraan op mijn bagagerek. De eerste dagen, volle concentratie. Zo reed ik twee keer op weg na een korte stop en realiseerde ik me dat de mooie zomerlucht nogal fel in de ogen scheen, me tegelijkertijd realiserend dat ik geen zonnebril ophad. Ik kon tijdens het rijden met één hand het hebbeding grijpen, met de tanden de armen van de bril uiteen duwen en dan half onhandig met die ene hand de bril opzetten en geen valpartij veroorzaken door met één hand te sturen. Midden tijdens de reis verzwakte mijn aandacht voor mijn zonnebril dermate dat ik bij de start na een kort stopmoment mijn bril niet meer vond. De andere begonnen te grijnzen. De lezer kan zich moeilijk inleven om te begrijpen welke chemische reactie dit bij mij veroorzaakt. Ik voel dat in mijn lijf, ik wil dat eigenlijk niet voor de zoveelste keer tegenkomen, voel me gegeneerd en tegelijk wil ik echt die bril, want die is nodig. Dus, alweer worst van de dag, in Cortina d’ Ampezzo. Tot een van de laatste dagen toen ik die verdraaide zonnebril alweer niet vond bij een start, ik had me erbij neergelegd, tot ik plots na enkele honderden meter mijn eigen zonnebril zag vallen op geruime afstand van waar ik me bevond. Had Satan mij te grazen genomen, hoe kon dat eigenlijk? Achteraf vertelden ze me dat ik bij een laatste beweging mijn bril op de bagage van Kris had gelegd toen ik hem had geholpen met materiaal aan te bieden voor het vastzetten van zijn wiel.

In een oogwenk reed ik mijn eigen zonnebril voorbij, gelukkig model van de Action, draaide me om en zag dat auto 1 er mooi tussen reed, auto 2 idem, maar auto 3 raakte de bril, die op zich een volmaakte salto mortale maakte. Carlos raapte die nog op, met risico om een verkeerschaos te veroorzaken en zelf met moeite om zijn zwaarbeladen scooter bij het grijpmanoeuver onder controle te houden. Hij zei laconiek via de communicatie dat er slechts enkele krasjes op zaten, de gluiperd. Carlos reed die dag in laatste positie. In Metz had hij al een deel van mijn bagage opgeraapt die op de voorlaatste dag niet meer wilde gehoorzamen. De doelstelling om Carlos eens rustig en zonder stress achteraan te laten rijden, bezorgde de man meer werk dan als hij vooraan reed. Maar zeg eens eerlijk, waarom zet iemand bij de minste stop steeds zijn zonnebril af? Toch voor niets nodig, maar wel met veel risico…

Een Dannicksje, doen? Zegt u dat iets? Binnen het concept van ‘worst van de dag’ kwam Johnny bij het bewonderen van een van de drie Zwitserse gletsjers in aanmerking voor de award, maar vocht dit met veel energie aan. Het was enkelen bij andere gelegenheden binnen de Vespaclub al opgevallen dat Johnny vooral bij eet -of drankmomenten zijn lieve echtgenote Dannick ter hulp riep. Bij nader toekijken, gebeurde het wel eens dat hij zich meteen aan de dis plaatste en Dannick de opdracht gaf zijn bord te vullen. ‘Van alles een beetje’ klonk het dan vanop afstand en Dannick vulde uit pure liefde voor haar man rijkelijk zijn bord. Hoe mooi kan liefde wel zijn, niet? Johnny besefte niet tijdens deze reis dat hij datzelfde aangeleerd gedrag, een beetje als de hond van Pavlov, verderzette. Niet dat dit overdreven was of misprijzend naar ons toe, maar het viel soms op. We confronteerden hem daarmee en als hij ons nog eens onbedacht voor zijn kar spande, riepen we samen in koor ‘Dannick!’, maar op een meeslepende wijze, dat we hem voor paal zetten. Hij kreeg het dan op zijn heupen en wij overdreven uiteraard nog meer en riepen nogmaals ‘Dannick!!’ met dergelijke intonatie in de stijl van Chris Vanden Durpel die de bejaarde imiteert ‘Is ’t eten al gereed?’.  We hadden Johnny speels uitgedaagd en hem voor de keuze gesteld: als hij nog één keer ons vroeg om iets voor hem te doen, werd hij de worst van de dag. Hij maakte zich sterk en merkte op dat we dit allemaal fantaseerden.

Toen Johnny bewonderend voor de gletsjer stond en alweer filosofisch voor zich uit staarde met de woorden: ‘Wie kan er zeggen dat hij in één dag drie gletsjers heeft gezien?’ zorgde zijn bewondering voor de natuur hem een zwak moment. Hij zat op zijn beladen scooter en vroeg of iemand die toch rechtstond om zijn veldfles bij te vullen. We letten eerst maar half op zijn beleefd verzoek, niet in een dwingende stijl. Maar omdat niemand meteen reageerde, herhaalde hij zijn vraag, maar op  bevelende toon en hij had natuurlijk prijs: ‘Dannick!’. Johnny ging niet akkoord, zei dat hij dit niet zo had verwoord, maar wij wilden van geen wijken weten. Door het feit dat de worsten toen al letterlijk op waren, kreeg hij postuum de award. Johnny, toch…

Het hek was helemaal van dam, geloof het of niet, ik krijg het nog warm en koud tegelijk als ik eraan denk, toen ik overduidelijk ‘worst van de dag werd’ bij de stop op de Passo di Pordoi. Een korte stop voor de top van de col bij het nemen van foto’s met mijn gsm die ik in mijn jaszak stak en mede daardoor mijn jaszak wat leeg maakte of beter gezegd op orde plaatste, kreeg ik de schok van de reis doorheen mijn lichaam. Op de Pordoi zelf, enkele ogenblikken later, wilde ik nog een foto nemen, maar mijn gsm was weg. Toen ik het in angst bekende, zei Bernard me dat hij een grijs brillenzakje had opgeraapt onderweg. Dat was uit mijn jaszak gevallen, dus mijn gsm ook. Dat een gsm verliezen meer dan vervelend is als je dat overkomt, spreekt voor zich. Op een dergelijke reis is dat een ramp: je kan het thuisfront niet meer bereiken, je kan geen foto’s meer nemen, je weet niet meer hoe laat het is als je wakker wordt ’s ochtends in je vochtige tent, enz… Paniek maakte zich van mij meester. Luc, die altijd van aanpakken weet, daalde met mij de Pordoi af om op zoek te gaan naar mijn gsm. We zagen op de terugweg tot de eerdere stop niets op de weg liggen. Luc reed als eerste en wees bij de stopplaats op een zwart ding dat op een paaltje lag, bij de plek waar ik was gestopt. Mijn gsm lag eenzaam te wachten op zijn bizarre eigenaar. Ik was zo blij dat ik het gezelschap later trakteerde en nam de vermelding ‘worst van de dag’ er zeer graag bij. Wat ben ik toch een ontzettende verstrooide professor en dat sinds mijn geboorte…

Tekst: Bart Houwen

 

Lees meer over: