Project D - De mentale beproeving

Toen Kris in de voorbereidende fase bij het vorige project naar de Pyreneeën bijna met angst opmerkte dat hij helemaal niet zeker was of hij een rit van meer dan 500 kilometer op één dag wel aankon, stelde ik hem gerust.  Het is naast een fysieke oefening, veel meer een mentale zaak. Je moet je weldegelijk mentaal instellen dat het een flink eind is. Een ritje rond de kerktoren is het zeker niet en dat moet je je goed inprenten. Als je jezelf dat goed inhamert, valt dit best mee.

Net zoals deze redenering is het zo dat de optelling van de ritten bij zo een tiendaags project, vooral mentaal doorweegt. Oké, je komt ’s morgens half geradbraakt uit je tent en je voelt de weging van de dagen aan je botten. Maar dat gaat snel over. Dat is fysiek. Bij het mentale ligt dat anders.

Wie goed vooraf weet wat er zal gebeuren, kan dat mentaal beter aan. Je weet dat iedereen wel eens een dipje kan krijgen omdat zoiets sowieso zwaar is. De mooie uitdaging is ook hoe een mens met dat dipje omgaat, hoe ook de groep daarmee omgaat, want iedereen zou en kan wel eens zichzelf tegenkomen op een dergelijk monsterproject als dit jaar.

We zouden naar de verste plek rijden die voor een dergelijke optie mogelijk is. Verder kan moeilijk binnen dat tijdsbestek. We hadden bovendien in vergelijking met vorige projecten gekozen voor een basiskamp met verblijf van vier nachten. Vroeger sloegen we bijna dagelijks onze tenten af. De lokroep naar comfort was op zijn plaats. Wat we daarbij onderschat hadden, is dat bij vorige uitgaven de terugtocht binnen de tocht ter plaatse gebeurde zodat we bij het naar huis rijden de kilometers konden spreiden. Dit was nu onverwacht een nadeel: we moesten bij vertrek van de camping in Corfosco zo’n 1600 kilometer terugrijden. Wie Vespa-ervaring heeft, weet dat dit stevige kost is en dat je bovendien onder tijdsdruk komt. Eens lekker tijd nemen, wat terrasjes onderweg aandoen, zit er niet echt in. Elk voordeel (vier nachten ter plaatse), ‘heb’ zijn nadeel (veel kilometers terug naar huis). Ook dat begon zwaar door te wegen.

Maar het is er ter plaatse zo mooi, en zeker als Vespaliefhebber. De Dolomieten zijn Werelderfgoed. Eenmaal we er waren, zouden we er geen ‘Club-Med-vakantie’ van maken: we sprongen ’s anderendaags alweer op de Vespa voor stevige dagritten met massa’s cols  om te verteren. Die bergen trekken ons aan, prachtig bochtenwerk, ontelbare haarspeldbochten, afdalingen die je machine doen bibberen en beven. Pure fun!

Beseffend als reisleider dat ik een en ander mentaal moest incalculeren en alert op dat vlak moest blijven om slachtoffers op te peppen, kreeg iedereen wel eens de klap van de mentale molen. Het begon al op de eerste avond toen Luc panne had waarbij zijn voorrem vastliep. De brave man had vooraf zowat het gros van de deelnemers onder zware tijdsdruk uit de nood geholpen om elke Vespa perfect rijklaar te krijgen voor het monsterproject. En uitgerekend hij kwam op drie kilometer voor de camping op dag één zichzelf en zijn remmen tegen. Toen zijn ogen bij het avondmaal wegdraaiden, was dat niet enkel van vermoeidheid. Hij piekerde hoe zijn langverwachte droom niet in duigen mocht vallen. Hoe zou hij met kapotte remmen de Stelvio en al dat ander fraais afdalen? Hoe kon hij ze herstellen? Kon hij misschien ter plaatse in Italië een dealer vinden voor nieuwe voorremmen? Deze en andere vragen spookten door zijn hoofd en hij zat mentaal aan de grond. Nadat hij ’s nachts enkele scenario’s had bedacht, tilde ik hem ’s morgens uit zijn dipje met enkele voorstellen. Maar hij had ook ideeën. Hij had zich ’s nachts ten dele hersteld. Het zou wel lukken.  Na enkele kilometers op dag twee, maakte hij zijn voorremmen onbruikbaar los. Hij voelde zich opgelucht: met de achterrem en wat technisch afremmen op de motor zou het wel lukken. En of het is gelukt: stoere Luc daalde elke col redelijk gezwind af en eenmaal thuis bestelde hij nieuwe voorremmen. De dag voor de beklimming (en vooral voor de afdaling) van de Stelvio, gooide hij de boel open en controleerde de staat van de remkabel van zijn achterrem. Het zag er goed uit! Toen het (weglaten) de tegenslag was verteerd na dag twee, bedacht Johnny op een bekende melodie een  eigenzinnige tekst die we allemaal voor Luc zongen: ‘Hij reed naar de bergen, zonder voorfreins’ oladiee, oladio..’ ‘Smeerlappen’, antwoordde hij kort en krachtig en wij maar lachen…

Maar ook anderen kregen mentaal last van het hoge kilometerritme eigen aan dit grootse project. Die avond in Zernez (Zwitserland op de terugweg) moest ik hen wat mentale omkadering geven en ook ’s nachts spookte dat wat door mijn hoofd. Maar we bespraken alle problemen. De dagelijkse briefing had niet enkel met de rit te maken. We hielden ook eens op onze krukjes gezeten een soort ‘eilandenraad’ zonder eliminatie weliswaar. Het ging ook om het groepsgebeuren, duidelijke afspraken om vlotter en veiliger te rijden en over het samenleven in moeilijke omstandigheden. Door het feit dat we met zeven waren, eigenlijk wat te veel deelnemers voor zo’n project,  kende ook dat op een moment zijn tol. Ook onze ‘road leader’ kreeg het op de terugweg moeilijk en kende een superzware dag bij het geregeld afweten van zijn gps en de combinatie van te veel voorrijden. Ook daarvoor hadden we een volwassen oplossing gevonden. Luc zou de volgende dag voorrijder zijn en Carlos zou achteraan controlerend rijden. Maar – en dat was schitterend – we overstegen alle mentale problemen en als ik ‘Remember Obernai’ in mijn afsluitende speech in Leffinge aanhaalde, was iedereen mee. We hadden toen een super teammoment bij het uitgaan van de camping naar het restaurant meegemaakt inclusief met groepsknuffel en groepsspreuk gecoacht door Kris na volwassen woorden van Bernard.

 

Gewoonweg knap!

Tekst: Bart Houwen

Lees meer over: