Project D - Een picknick op de trappen

Op onze reis door Zwitserland konden we niet beter terecht dan bij Carlos. In een ver, maar ook in een recenter verleden, doorkruiste hij Zwitserland met vele bergwandelingen en bezienswaardigheden. ‘Ik heb nog iets in Zwitserland, iets moois waar we kunnen picknicken’, zei hij droogjes weg. Het is niet te ver. Als Carlos een dergelijke uitspraak deed, was het altijd verder dan gedacht. Hij kreeg dan ook de bijnaam ‘De Kilometervreter’. Grappig was toen we op de terugweg van Duitsland naar Frankrijk vroegen hoe ver het naar de grens was en ik dat vroeg aan een inwoner en naar de anderen met mijn vingers het getal twee toonde, vroeg Kris laconiek Twee uur? We bleven met die grens flirten en er kwamen steeds kilometers bij.

Ook die dag zouden we als middaglunch picknicken en het bleef maar duren. Toen ik op het gevorderde uur het bord ‘Schaffhausen’  in Zwitserland nabij de grens met Duitsland zag staan, begon plots als een oude motor mijn geheugen terug op gang te komen toen we vele maanden eerder de reis nog eens overliepen als voorbereiding. Toen we de laatste bocht in de stad maakten, verscheen plots de grootste waterval van Europa: de Rheinfall in Schaffhausen. Een meer dan indrukwekkend gezicht, gewoonweg schitterend. Onze honger was meteen vergeten: het unieke waterlandschap compenseerde alles. We waren dankbaar dat Carlos ons deze uithoek had leren kennen. Je moet je voorstellen dat deze plek op zijn zachts gezegd nog door mensen wordt bezocht. Autobussen vol toeristen uit alle windstreken reden af en aan. De mensen namen foto’s bij de vleet, zochten daarvoor de meest unieke plekjes uit, nog hoger, nog dichter bij de waterpartij. Ook wij zochten nadat we onze ogen goed de kost hadden gegeven, een picknickplaats met een uiteraard een mooi uitzicht. We zochten een plek die niet door anderen was ingenomen. Veel keuze was er uiteraard niet. Behalve op de trappen. We installeerden er een geïmproviseerde picknick, bezetten daarbij in dermate de trappen met onze drankjes, doosjes tomaten, de versneden blok kaas, hier en daar een homp brood. Mensen die de trap wilden bestijgen of afdalen, moesten zich een weg banen tussen onze picknick door en excuseerden zich. Eigenlijk hadden wij ons moeten excuseren. Ik stond daar bovendien als een homo marginalis: in mijn onderlijfje met een pint bier. Maar daar trok ik me alweer geen fluit van aan. Het was dus een (andermaal) een surrealistisch gezicht. 

Tekst: Bart Houwen

Lees meer over: