Project D - Het tarmacje na Le Struthof

We hebben – en het is nauwelijks te geloven – uitzonderlijk mooi weer gehad tijdens het rijden. Tweemaal hebben we kortstondig regenkledij moeten aantrekken. Dat is op 10 dagen rijden een heuse krachttoer.

Toen was het de voorlaatste dag, iets na het middaguur, op de terugtocht van Obernai in de Elzas naar Sedan in de Franse Ardennen. Pittig details was dat Johnny er in geslaagde was een vroege tankbeurt over te slaan zodat hij de laatste kilometer voor een dringende nieuwe tankbeurt zonder brandstof viel. Luc depanneerde met twee liter uit een jerrycan in sneltempo geleverd van de pomp naar de plaats van de panne en alles viel in zijn plooi.

Het wolkendek was wisselend van structuur. Enerzijds wat dreiging, anderzijds blauwe lucht. We zouden na de tankbeurt bij het warenhuis een tarmacje houden. Een ‘tarmacje’ is een maaltijd of een koffiestop nemen al rechtstaande of uitzonderlijk gedeeltelijk zittend op de tarmac. Het voordeel is dat een mens tijd wint en dat vooral rechtstaan na uren lang rijden een welkome afwisseling is. De catering (Kris, Lorenzo en Bernard) sloegen inkopen in om meteen op te eten. Door onze bagage zijn we relatief beperkt om voedsel mee te nemen onderweg. Gewoon verorberen ter plaatse, in Oude Belgenstijl.

Kris die op organisatorisch vlak de catering steeds in bijzonder goede banen leidde, had zijn blauw dekzeil (dat eigenlijk het mijne is van vroegere tochten, maar ik beschouw het als een schenking bij leven) mooi op het tarmac uitgespreid. De borden werden klaargezet, kaas in stukken gesneden, de ui versneden om met gerookte zalm te eten, de glazen erbij geplaatst, het Frans brood in aanvaardbare stukjes gedeeld. Eigenlijk een voorbeeld van een picknick op de tarmac. We hadden voor dat moment een spirituele deal gesloten met de organisatie  ‘Rent-a-Priest’. Spontaan bood priester Johnny zich aan om het gebed te starten.

Een tarmacje doen: The Making OfVoor een goed begrip: je komt als argeloze, plaatselijk shopper uit het warenhuis met je winkelwagen volgestouwd met boodschappen en voor je ogen en oren speelt volgend tafereel zich af: zeven Vespisten staan rondom een blauw dekzeil, een picknick die glimlachend klaarstaat, iedereen staat letterlijk in een kring met de handen vast aan elkaar en Johnny heft met klare stem aan: ‘Wij zijn samen onderweg, halleluja’ , tot driemaal toe. De boodschappers ondergaan in enkele seconden enkele fases: verwondering door het ongewone tafereel dat ze zien, glimlachend door het surrealistisch beeld en sommigen die de durf hebben om ons amicaal aan te spreken. Uiteraard verstaan ze de tekst van het lied niet, maar de melodie is universeel. Gelukkig dat niemand van de lokale bewoners de Gendarmerie verwittigde dat een tweede Calais met illegale Vespisten zich genesteld had op de parking van hun warenhuis. De gerookte zalm zou wellicht de wetsdienaars van de verwarring met de jungle van Calais weerhouden.

Nog surrealistischer was toen de dreigende hemel plots met gedruppel openbrak. Je moet je voorstellen dat regen onze mooie picknick in enkele minuten naar de haaien kon helpen. Luc zou Luc niet zijn als hij niet alweer een praktische oplossing in enkele seconden tijd bedacht. Een tweede dekzeil werd via vier Vespa’s boven de picknickplaats gespannen zodat ons voedsel, en ook wij, niet nat werden. Nu stonden we qua beeld een ferm stuk dichter bij de jungle van Calais…

Ik kom nog eens zeer graag terug op de religieuze uitspattingen van priester Johnny. De eerste keer dat de priester het beste van zichzelf gaf, was de eerste avond op ons basiskamp in Colfosco. Toen hadden we als directe buren een verlegen Zwitsers jong koppeltje dat eigenlijk de hele avond geamuseerd keek naar het bizarre zevental. We hadden al snel kennis gemaakt en ze participeerden vanop de juiste afstand met veel oogcontact. Toen we aan ons avondmaal toe waren en priester Johnny de hemel dankte, was het hek helemaal van de dam. Hij dankte uitdrukkelijk de Heer vooral voor spijs en wat minder voor drank – wie Johnny kent heeft voor dit onderwerp geen fantasie nodig – en wierp hem bij een laatste dankbetuiging op de knieën de armen ten hemel gericht: ‘Halleluja’ !

Ik merkte meteen enige taalkundige verwarring bij de priester op. En later op de reis concentreerde ik mij er op: de priester gebruikte het woord ‘halleluja’ verkeerd. Wellicht had dit te maken met toen Johnny als kind het woord verkeer begrepen had en het sindsdien ongewild verkeer gebruikte. Hij had het over ‘Hallelulja’ meer klinkend als ‘Allez Lulja’ alsof een jonge dame, Lulja geheten, aangemoedigd moest worden om de Stelvio te beklimmen: ‘Allez Lulja!!!!’

Maar de priester wilde van geen wijken weten: het was zeker hallelulja, repliceerde hij. Ik kon er  geen speld tussen krijgen. Zo gaat het wel vaker met priesters: niet makkelijk om hen te overhalen…

Tekst: Bart Houwen
Foto's: Luc Maenhoudt

Lees meer over: