Twee voorzitters van VCO ontmoeten elkaar

ontmoetten elkaar in 2017
Twee VCO-voorzitters
voorzitters.jpg
4 november '17
Manu & Gustaaf

Neen, dit is geen surrealistische gedachte noch een droom, hoewel dit laatste dat misschien wel is… Sinds vele jaren is het bestuur van Vespa Club Oostende op zoek naar de roots van de club. Het is inderdaad een droom om de clubhistorie te leren kennen, zeker de aanvangsjaren na het lanceren van de Vespa in 1946 zijn meer dan interessant. Het is geweten dat in de jaren ’50 Vespaclubs als paddenstoelen de grond uitschoten. Oostende liet zich niet onbetuigd, maar waar zijn die voormalige bestuurders en clubleden gebleven? Uiteraard heeft de tand des tijds aan mens en archief gevreten. Maar toch? Wellicht viel hier en daar nog wat te rapen.  

Tot bij toeval onze huidige voorzitter Manu Mommerency in contact werd gebracht met Gustaaf Beelen en zowaar zaten een huidig en een voormalig voorzitter van VCO netjes naast elkaar te keuvelen. De vonk sloeg à la minuut over en oude VCO-ervaringen borrelden naar boven. Manu, zo kennen we hem, had een en ander mee voor de oud-voorzitter. Plakettes, zelfklevers, een banner en wat drank onder de vorm van het VCO-bier 'Ostensche Twitakt'. Goed bedoeld, maar de oud-voorzitter drinkt blijkbaar enkel water…

Manu & Gustaaf

We konden dankzij oud-voorzitter, Gustaaf Beelen, een en ander reconstrueren van de clubgeschiedenis van VCO. Gustaaf was ten minste de tweede voorzitter van VCO. Hij herinnerde zijn voorganger, maar zijn naam was hij kwijt. De man zou op het stadhuis hebben gewerkt. Gustaaf nam omstreeks 1954 het roer over tot hij naar Congo vertrok eind 1959.  

Gustaaf verbleef er ruim een jaar en bij zijn terugkomst was VCO tijdelijk ophouden te bestaan. Voor hoe lang is onduidelijk. Maar in elk geval de mooi tierende club met steevast ongeveer een 80-tal leden ging ter ziele. De precieze oorzaak kon hij niet meer achterhalen, maar na een tijdje in het gesprek bleek dat het groeiend succes van koning Auto er de oorzaak van was. Fietsen- en Vespazaak Kessels destijds gelegen aan de Torhoutsesteenweg, waar vroeger Midas was, die de sponsor van het voormalige VCO was, ontdekte een gat in de plaatselijke markt. Door je Vespa bij hem over te laten en een relatief gering bedrag bij te leggen, had je een NSU. Je zat voortaan in een denkbeeldig veilige kooi: de grillige weeromstandigheden waren passé. Nagenoeg alle leden van VCO sprongen toen op deze commerciële kar. 

We bekijken wellicht het toenmalige VCO te veel vanuit onze hedendaagse bril: de Vespa was het enige vervoermiddel van een modaal gezin. De welstand deed iedereen reikhalzend uitkijken naar een auto waar het hele gezin in kon. Ook Gustaaf kon er met zijn vrouw en dochter veilig in terecht. Het statussymbool Auto had bij het gezin Beelen, maar ook bij de vele anderen VCO-leden, zijn intrede gedaan. Neen, niet zoals vandaag beschikte een gezin niet over de luxe om meer dan één vervoermiddel te hebben. Deze gedacht was de stille dood van vele Vespaliefhebbers. Pas vele jaren later wonnen Vespaclubs weer aan populariteit.

In stukken en brokken, passend bij de klaargelegde foto’s, trok de kranige oud-voorzitter van leer. Zijn accent verraadde dat hij geen geboren Oostendenaar is. Als Limburger (°01/01/1932) lag hij als beroepsmilitair vanaf 1950 in Oostende (aan de toenmalige Kazerne achter de Zinnialaan) bij de Marine en leerde er enkele jaren later de Oostendse Germaine kennen. Zijn beroep en de liefde hield hem aan de kust. Na een tussenstop van een jaar in Congo keerde hij terug naar Oostende, deze keer naar het Militair Hospitaal tot aan zijn pensioen. Tot op vandaag is de kranige tachtiger voorzitter van de oudgedienden van het Militair Hospitaal. Een bezige bij dus…

Gustaaf schotelde ons enkele pittige details voor. Zo had hij het over het toenmalige logo waarbij het Zeeliedenmonument op de Zeedijk (de pisser in de volksmond) centraal stond. Ook een mooie banner met een lichtgele kleur met zachte rode omranding en de fiere letters Vespa Club Oostende haalde hij met een foto van onder het stof.

Meteen begonnen zijn ogen voor een eerste keer te fonkelen. Hij had deelgenomen aan de Euro Vespa (de huidige Vespa World Days) in Vipiteno. Niet iedereen mocht toen zo maar deelnemen. Van elke club mochten ten hoogste twee leden mee en niet zomaar de eerste de besten. Het moesten de winnaar en de tweede zijn van elke club van het klassement van de Gymkana in de schoot van Vespa Club België. Zo geschiedde: Gustaaf Beelen en Firmin Van Daele reden naar het Italiaanse Vipiteno. Zij moesten de heen – en terugrit uiteraard zelf bekostigen. De rest was op rekening van VC België (van Innsbruck tot Italië) en ter plaatse kwam alles op rekening voor de Vespa Club Italië. Op de foto hieronder zie je de Belgische delegatie  in Innsbruck. 

Ze reden er twee propvolle dagen over. De zwartwit foto laat niet vermoeden hoe de delegatie er in werkelijkheid uitzag: allen in rode overall met een band rond de arm met Belgium er op. De helmen liet sponsor Kessels in het geel spuiten en plakte er een rode en zwarte band op. Op en top Belgisch… Bemerk het kruisje op de foto. Dat is Gustaaf. Ook de VCO-banner prijkt op de Vespa. Verder vertelde Gustaaf dat ze reden tot in Cortina d’ Ampezzo. Hij benadrukte dat dit alles gratis was. We tellen 22 Vespa’s en gaan er simplistisch van uit dat er 22 Belgische deelnemers waren. Gustaaf merkte op dat er wel 1600 machines te bewonderen waren.

Blijkbaar herhalen we vandaag veel van wat er in de beginjaren van de Vespa gebeurde op clubniveau en op Europees niveau. Ook op het toenmalige Euro Vespa kon je je Vespa laten onderhouden. Zo moet Gustaaf zonder het te beseffen de bekende testpiloot en mecanicien van Piaggio Giuseppe Cau hebben ontmoet die een andere uitlaat onder zijn Vespa plaatste waardoor Gustaaf als een pijl uit een boog opnieuw vooruit kon. Dat gebeurde in de grote vrachtwagen die tot werkplaats van Piaggio werd omgebouwd. Ook zoiets zien we wel eens op de huidige World Days.

Ook dit was toen gratis. Wie wat over de geschiedenis van Piaggio leest, weet dat ze zeer vooruitstrevend waren in het maken van promotie. Denk maar aan de Pirellikalenders. Ze beseften dat de investering in de Euro Vepsa  geen weggegooid geld was. Onderdelen wegschenken zou wel op termijn terugvloeien in de omvangrijke geldbeugel van Enrique Piaggio.

Hieronder zie je enkele foto’s van de rit naar Euro Vespa in Vipiteno.

Hier zie je de twee Oostendenaars, de vertegenwoordigers van VCO, boven op de Brennerpas. Gustaaf staat rechts met de helm op. Zijn vriend Firmin is inmiddels overleden.

In de periode van het voorzitterschap van Gustaaf reed men veel zondagsritten. De verzamelplaats was aan de zaak Kessels die de leden geregeld verwende met een en ander. Er werden toen heel veel Gymkhana’s georganiseerd, veel meer dan vandaag. Men zakte traditioneel tegen het einde van de rit af naar de Normandie. Deze zaak bevond zich tussen de hoek van de Ieperstraat en de Alfons Pieterslaan en de parking van het voormalige Gerechtshof. Er was een middendeur met trapjes op: links had je het café met achteraan een zaal dat als clublokaal van VCO werd gebruikt. Rechts van de trapjes had je de rijschool van de Kust. Er was een etalage gemaakt met een rood autootje als trekpleister. Tot op vandaag kan je dat autootje bewonderen in de etalage op de huidige locatie Vindictivelaan 19.

Een van de jaarlijks terugkerende ritten was het voorrijden van de Oostendse Cimantaire Stoet. Dat gebeurde steevast in een V-formatie. Misschien eens een idee op dat historisch over te doen. Bemerk op de kleurenfoto de Zuidwesters die de VCO-leden op hebben. Ook de mooie banner prijkt fier op de glimmende Vespa’s.

 

Dat er veel Gymkhana’s waren in die dagen spreekt aan de foto’s. Zo zien we een dergelijk evenement in Rijsel en in Geraardsbergen. Gustaaf was er winnaar! Alweer stond VCO op de kaart!

Gustaaf sprak fier over de Oostendse rit naar de Meli in De Panne met een 400 à 500-tal deelnemers. Ze keerden veilig en wel terug naar de Normandie waar verkleumde rijders zich te goed deden aan Ovomaltine, zo wist Gustaaf. En toen sprak plotseling Germaine liggend vanuit de sofa, want ze is jammerlijk fysiek en mentaal wat ziek: ‘Ik zat graag op die Vespa!’. ‘Maar ermee rijden, neen, mijn handen waren te klein’ weerklonk het vanuit dezelfde fauteuil. Gustaaf bevestigde dit verhaal. Germaine wou zo graag met de Vespa rijden. Gustaaf trok in die jaren naar het veilige bosje waar er toen minder verkeer was. Germaine zette goed aan in eerste, maar ze kon de grote hendel niet ingedrukt krijgen om te schakelen omdat haar handen inderdaad te klein waren. Spijtig vond ze dat…

Opmerkelijk is dat op dergelijke grote clubritten (vergelijk met onze Vista Sul Mare) de deelnemers steevast een benzinebonnetje kregen (vandaag is dat vervangen door eet- en drankbonnen). Deze bon konden ze ten gelde maken in één bepaalde plaatselijke bezinepomp.

Bij het heengaan, toen Gustaaf in de deuropening stond en mijn Vespa aanschouwde, vertelde hij me enigszins ontgoocheld dat er weinig chromé aan het ding zat. Dat was toen heel populair, wist hij. Maar echt voor een tweede keer fonkelden zijn ogen toen ik hem zei dat we hem naar aanleiding van een rit zouden komen begroeten met een hele reeks Vespa’s allen van onze clubleden. Ik zou hem eerst opbellen, kwestie van de hoogbejaarde man niet te veel te doen schrikken, en we zouden toeterend voor zijn deur hem een eresaluut brengen. Nu al is Gustaaf voor VCO onsterfelijk.

Hieronder vind je nog enkele prachtexemplaren van VCO destijds.

 

Tekst Bart Houwen 
Foto’s Luc Pollet